Euthanasie Stop - http://www.euthanasiestop.be

... euthanasie uitbreiden tot kinderen en mensen met dementie ?

Uitgebreid zoeken OK
Euthanasie Stop > Het leven beschermen ... ook het leven van de arts !

Het leven beschermen ... ook het leven van de arts !

Ingediend op 01/04/2013 om 11.46 uur  Categorie Mening van zorgverleners

  • Imprimer

Sinds 2002 is euthanasie onder bepaalde voorwaarden gedepenaliseerd in België. Ik maak deel uit van de steeds grotere groep artsen die vinden dat deze wetgeving meer problemen voortbrengt dan ze oplost.

Daarbij is het helemaal niet nodig de Bijbel of één of andere encycliek aan te halen. Mijn overtuiging baseert zich volledig op een wetenschappelijke/empirische observatie. Het enige « voordeel » van deze wet is dat zij ons land heeft omgevormd tot een soort van laboratorium waar men wars van alle levensbeschouwelijke overwegingen maar gebaseerd op de dagelijkse praktijk kan vaststellen welke diepgaande mentaliteitsverandering en aberraties deze wet heeft kunnen voortbrengen over een tijdspanne van tien jaar.

Deze wet werd oorspronkelijk gepromoot met het argument dat men aan de arts in gevallen van uiterste lijden (pijn, verstikking en doodsangsten met delier) – en dus in uiterst zeldzame gevallen – de kans zou geven tussenbeide te komen, ofwel door intentioneel het einde van het leven uit te lokken, ofwel door de symptomen te behandelen met verdovende middelen die onrechtstreeks als gevolg hebben dat het leven verkort wordt, zonder het risico te lopen door de wet vervolgd te worden wegens doodslag.

Het is overduidelijk dat deze wet in 2012 een veel ruimere toepassing kent. Regelmatig verschijnen in de media artikels die het verhaal brengen van euthanasie op depressieve personen, van een tweeling die vrezen op termijn blind te worden, van een auteur die de eerste tekenen van Alzheimer vertoont. De promotors van de wet verheugen er zich trouwens over dat de dood van twee bekende Belgen door middel van euthanasie deze mogelijkheid extra in de schijnwerpers heeft gebracht, maar ze betreuren het vervolgens dat na een eerste toename naar informatie over euthanasie, deze tijdelijke toename terug is afgenomen (De Standaard 21/5/2008 « Euthanasie kent Claus-effect »). We zijn dus duidelijk niet meer in een uiterste situatie waar de arts met de rug tegen de muur staat, geconfronteerd met extreem fysisch lijden en een vraag naar een dringende oplossing, maar in een situatie waarbij men een « taboe » over « onbewuste en onderdrukte » euthanasievragen wil wegnemen.

Men reikt dan ook euthanasie aan als oplossing, niet alleen voor situaties van zeldzaam ernstig fysisch lijden, maar voor situaties van psychisch lijden, die bovendien erg frequent zijn. Het gaat daarbij niet om personen die een acute moeilijk te controleren pijn hebben, maar om personen die het moeilijk hebben om te gaan met het feit dat ze ziek zijn en beperkingen ondervinden van bepaalde ziektes. Personen die het moeilijk hebben een zin te vinden in hun lijden en die ontmoedigd raken. Sommigen gaan nog een stap verder en spreken van het recht op euthanasie in naam van de autonomie van de persoon die het recht heeft te beslissen zijn leven te beëindigen. In beide gevallen gaat het dus niet meer om fysisch lijden, maar om levensbeschouwelijke vragen : de vraag naar de zin van het leven, de zin van het lijden en de autonomie van de persoon.

De palliatieve geneeskunde kan de fysische pijn, verstikking en angsten in de meeste gevallen perfect controleren. Bovendien kan de patiënt steeds gesedeerd worden door middel van palliatieve sedatie indien de symptomen niet onder controle gebracht kunnen worden. De zieke zal dan meestal ook rustig overlijden in de loop van de volgende dagen en de arts heeft een gerust geweten omdat hij gekozen heeft voor symptoomcontrole en niet rechtstreeks voor de dood, zelfs al kan de dood iets sneller optreden door zijn interventie.

Is de geneeskunde daarentegen geroepen om een antwoord te bieden op de vraag naar de zin van het leven, de zin van het lijden en het probleem van de autonomie van de persoon? En meer nog, is de geneeskunde geroepen om de dood aan te bieden als oplossing voor deze levensbeschouwelijke vragen?

Ik denk dat het aanbieden van een antwoord op deze vragen eerder toebehoort aan de psychologen, filosofen, priesters, rabbijnen, imams en moreel consulenten. Heeft de arts per slot van rekening niet jarenlang gestudeerd om ziektes zo goed mogelijk te behandelen en de patiënt gezondheid en kwaliteit van leven te bieden? Psychologen, priesters en filosofen kunnen zeker de zieken beter helpen om een zin in hun lijden te vinden en om het hoofd te bieden aan evidente vragen die rijzen wanneer men geconfronteerd wordt met de beperkingen van het menselijke leven.

Velen zoeken hierbij steun in religie, die over eeuwig leven spreken en over zingeving bij lijden. Andere laten zich inspireren door het existentialisme van Camus, waardoor ze verder kiezen het goede te doen zelfs ten midden van moeilijke situaties die ze zelf niet gekozen hebben. Anderen nog blijven epicurist tot het einde en beleven het carpe diem zolang ze leven. Het doel van deze opsomming is zeker niet om volledig te zijn, maar om aan te tonen dat deze vraagstukken het kader van de geneeskunde overstijgen en bijgevolg, dat ook de oplossing van deze vraagstukken niet door de geneeskunde moet geboden worden.

Waarom kan de indicatie van euthanasie niet eerder gesteld worden door de psychologen, filosofen, priesters, rabbijnen, imams en moreel consulenten? En misschien zelfs door hen omgezet worden? Op zich is euthanasie geen moeilijke technische procedure. Het vraagt geen gespecialiseerde ingreep op opleiding. Of waarom zelfs niet vragen of de begrafenisondernemers niet meer van nabij willen betrokken worden bij euthanasie? Op organisationeel gebied zou het de procedure flink vereenvoudigen.

Uiteraard is dit een absurde redenering en zullen deze beroepsgroepen zeer afwijzend reageren op dit voorstel. Maar even absurd is het om het medische corps op te zadelen met de oplossing van de metafysische problemen van hun medemensen dit bovendien met het stellen van een daad die een belangrijke impact heeft op het geweten van de arts.

Als gevolg van de uitgebreide mediatisering van euthanasie, is de vraag naar euthanasie over de laatste jaren erg toegenomen. Een aantal jaren geleden werd de vraag af en toe gesteld bij een terminale zieke. Nu maakt de informatie-vraag naar de mogelijkheid van euthanasie bijna deel uit van de eerste raadpleging bij oncologen. De vraag naar euthanasie zelf stelt zich zeer regelmatig buiten het kader van de mogelijkheden voorzien door de wet. Het is niet zelden dat een patiënt meer aandacht heeft voor de mogelijkheid naar euthanasie dan voor de therapeutische opties die de arts hem kan aanbieden vanuit zijn expertise. Voor het medisch en verzorgend personeel wordt dit een bijzonder lastig te dragen situatie. Elke vraag naar euthanasie dient immers serieus genomen te worden en leidt dan ook tot lange en zware gesprekken. Wanneer deze vraag zich af en toe stelt, is dit overkomelijk. Als de vraag te vaak en vooral te pas en te onpas gesteld wordt, dan loert de burn-out voor de artsen om de hoek (De Standaard 13/12/2010 « Verplegers willen spuitje niet meer geven »).

Tenslotte dient ook het leven van de naasten beschermd te worden. Zeer duidelijk is het recente getuigenis van een ingenieur die zijn moeder verloor door euthanasie wegens depressie, zonder dat hijzelf op de hoogte werd gebracht (De Morgen 5/1/2013 « Mijn moeder kreeg een dodelijke injectie en ik wist van niks »).

Dit alles brengt mij ertoe, als arts die erg houdt van zijn beroep, om de situatie van voor 2002 te verkiezen boven de huidige situatie. En daarom ben ik uiteraard ook tegen een uitbreiding van de wet.


Auteurs (Alle auteurs)